Op 28 juli 1951 is het Vluchtelingenverdrag opgesteld. De landen die aangesloten zijn bij dit verdrag hebben met elkaar afgesproken dat zij bescherming zullen bieden als deze mensen dat in hun land om bepaalde redenen niet kunnen krijgen (het verdrag beschrijft dit als: gevaar lopen op vervolging op grond van ras, nationaliteit, godsdienst, politieke overtuiging of het behoren tot een maatschappelijke groep in hun eigen land). Het verdrag bepaalt wanneer iemand als vluchteling moet worden aangemerkt en wat de rechten van asielzoekers en vluchtelingen zijn.

Naast het Vluchtelingenverdrag kan in Nederland ook iemand een verblijfsvergunning asiel krijgen omdat hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst ‘gevaar loopt op schending van artikel 3 Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (afkorting: EVRM).’  Wat betekent dit? Artikel 3 EVRM regelt onder meer het verbod op marteling en onmenselijke behandeling. Het betekent ook dat het terugsturen van personen naar een land waar zij vandaan komen niet kan omdat zij dan misschien gemarteld worden of blootgesteld worden aan onmenselijke behandeling. Dit artikel is dus ruimer dan de definitie van vluchteling gegeven in het vluchtelingenverdrag.

Het asiel/vluchtelingenrecht is veel omvattend en bevat veel specialisaties. Hieronder een overzicht van veel gestelde vragen op dit rechtsgebied. Staat uw vraag hier niet tussen of wilt u een op uw zaak toegespitst advies? Neemt u dan (vrijblijvend) contact op via deze link.

Wat is het verschil tussen een asielzoeker en een vluchteling?

Een asielzoeker is een persoon die asiel aanvraagt in Nederland maar nog geen verblijfsvergunning als vluchteling heeft. Een vluchteling is een persoon die recht heeft op bescherming zoals bepaald in het Vluchtelingenverdrag of het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

Oftewel iedereen die in Nederland asiel aanvraagt is eerst asielzoeker, krijg je daarna een verblijfsvergunning vanwege je asielaanvraag dan word je een vluchteling genoemd.

Hoe vraag ik asiel aan?

Asiel kan aangevraagd worden bij de Koninklijke Marechaussee bij aankomst op Schiphol of bij het aanmeldcentrum in Ter Apel. Daar geeft u mondeling aan dat u asiel wilt aanvragen en zullen de nodige procedures in gang gezet worden.

Hoelang duurt de procedure?

Er zijn verschillende termijnen die gelden en verschillende procedures die doorlopen worden. Welke soort procedure iemand doorloopt en hoe snel deze start is mede afhankelijk van bijvoorbeeld de nationaliteit of als er al in een ander EU land asiel is aangevraagd. De algemene asielprocedure bestaat in principe uit 8 dagen. Deze 8 dagen starten niet direct, na aankomst in Nederland geldt een zogenaamde rustperiode waar mensen kunnen uitrusten van hun vaak lange en zware tocht. Indien er niet binnen deze 8 dagen een beslissing kan worden genomen dan wordt de procedure verlengd.

De IND moet binnen zes maanden na het indienen van het asielverzoek een beslissing nemen, deze termijn kan onder voorwaarden worden verlengd met nog eens negen maanden.

Hoe verloopt de asielprocedure?

Na aankomst in Nederland wordt de persoon in een asielzoekerscentrum geplaatst waar hij of zij wacht tot de procedure van start gaat. Er zullen vingerafdrukken en foto’s genomen worden en wat vragen worden gesteld over bijvoorbeeld de reis en of er identiteitsdocumenten zijn.

Vlak voordat de procedure start heeft de asielzoeker contact met zijn of haar advocaat. De advocaat wordt toegewezen door de Raad voor Rechtsbijstand als de asielzoeker geen eigen advocaat heeft gekozen.

De advocaat informeert de asielzoeker over de procedure en de asielzoeker vertelt de advocaat de redenen van zijn/haar vlucht.

De asielprocedure bestaat in beginsel uit acht dagen. Als de procedure van start gaat worden er twee interviews op twee afzonderlijke dagen met de asielzoeker gehouden. Op de eerste dag van de procedure vindt een eerste gehoor plaats waar vragen worden gesteld over een beperkt aantal onderwerpen (waaronder identiteit, arbeidsverleden en reisroute). Dit interview wordt in een rapport vastgelegd en op de tweede dag van de procedure besproken met de advocaat. Op de derde dag volgt er een tweede interview, tijdens dit interview mag de asielzoeker verklaren waarom hij is gevlucht uit zijn land en waarom hij niet terug kan. De ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zal hier ook vragen over gaan stellen. Ook van dit interview wordt een rapport gemaakt dat de volgende dag, dag vier van de procedure, zal worden nabesproken met de advocaat. Na deze twee interviews zal de IND gaan beoordelen of ze al een beslissing kunnen nemen (positief of negatief) of dat ze nog nader onderzoek moeten doen of meer vragen hebben voor de asielzoeker.

Indien de IND positief beslist zullen ze de beslissing uitreiken op de zesde dag van de procedure. Als de IND voornemens is negatief te beslissen zullen ze dat in een brief aan de advocaat kenbaar maken en heeft de advocaat de mogelijkheid (binnen een werkdag) om een reactie te schrijven aan de IND. Daarna zal de IND een beslissing nemen en deze op de achtste dag van de procedure kenbaar maken. Heeft de IND meer tijd nodig dan laat de IND dit weten door middel van een brief van de advocaat, de zaak zal dan op een later moment verder worden opgepakt door de IND.

Over de asielprocedure heb ik tevens een blog geschreven, deze kun je hier teruglezen.

Wat is een hasa of vervolgprocedure?

Als men eerder een aanvraag voor asiel heeft aangevraagd en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft deze afgewezen dan is het mogelijk een nieuwe aanvraag in te dienen. Dit is een opvolgende aanvraag, het wordt in de volksmond ook wel een ‘hasa’ genoemd (herhaalde asiel aanvraag).

Welke stappen zijn er mogelijk na een negatieve beslissing van de IND?

Na een negatieve beslissing staat er beroep open bij de bestuursrechter. Na een ongegrond beroep is het mogelijk om in hoger beroep te gaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eventueel zijn er ook nog Europese mogelijkheden zoals een klacht bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens of het CAT (Committee Against Torture). Europese procedures duren echter vaak lang en er bestaat het risico dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in samenwerking met de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) zal proberen de asielzoeker uit te zetten naar het land van herkomst.

Wat zijn de gevolgen van een negatieve beslissing van de IND?

Bij een negatieve beslissing heeft de IND uw procedure bekeken en is van mening dat u niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. De IND stelt dat u het land dient te verlaten en kan een inreisverbod opleggen. Dit is een verbod om Nederland binnen een aantal jaren na vertrek opnieuw in te reizen.

Indien u uitgeprocedeerd bent, er loopt geen nationale procedure meer en u dient te vertrekken zal de Dienst Terugkeer en Vertrek u benaderen om te bemiddelen en assisteren bij het vertrek naar uw land van herkomst.

Wat is de Dublin procedure?

Indien iemand terecht komt in de Dublinprocedure betekent dit dat de persoon in een ander Europese lidstaat een verblijfsvergunning asiel heeft, er in het verleden een visum is verstrekt of vingerafdrukken zijn afgegeven of dat er in dat land asiel is aangevraagd en de andere lidstaat dus verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. De persoon moet dan terug naar die lidstaat.

De EU lidstaten hebben met elkaar afgesproken dat ze willen voorkomen dat mensen jarenlang door de Europese Unie zwerven en in ieder land asiel aanvragen totdat het een keer lukt. Daarom zijn er afspraken gemaakt over welk land verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Dit is vastgelegd in de zogenoemde Dublinverordening.

Wat betekent de status of ‘stempel’ 1F?

Het Vluchtelingenverdrag bepaalt ook wanneer een vluchtelingenstatus niet hoeft te worden toegekend. Artikel 1 onder F stelt:

De bepalingen van dit Verdrag zijn niet van toepassing op een persoon ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen, dat:
(a)hij een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid heeft begaan, zoals omschreven in de internationale overeenkomsten welke zijn opgesteld om bepalingen met betrekking tot deze misdrijven in het leven te roepen;
(b)hij een ernstig, niet-politiek misdrijf heeft begaan buiten het land van toevlucht, voordat hij tot dit land als vluchteling is toegelaten;
(c)hij zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen welke in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties.

Mensen die zich schuldig hebben gemaakt aan zeer ernstige misdrijven (bijvoorbeeld een oorlogsmisdrijf of terroristische aanslag), of er zijn ernstige vermoedens, die zullen op grond van artikel 1F geen vergunning krijgen. De overheid vindt hen een gevaar voor de Nederlandse samenleving. Helaas is hiermee nog niet de kous af. Het is namelijk gelet op artikel 3 EVRM (verbod om mensen terug te sturen als zij in het land waarschijnlijk gemarteld of mensonterende behandeling te wachten staat) verboden om mensen die geen vergunning krijgen op grond van artikel 1F terug te sturen naar hun land van herkomst als zij daar gevaar lopen op foltering, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. Dit betekent dat deze mensen niet in Nederland mogen zijn, ze zijn hier illegaal, maar ze worden ook niet teruggezonden naar het land van herkomst; ze komen in een soort verblijfsrechtelijk limbo terecht.

Het is erg lastig om je te ontdoen van de status 1F als je deze hebt verkregen.