Als een asielzoeker niet in Nederland mag blijven dient hij terug te keren naar het land van herkomst. De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) assisteert bij het hele proces van uitzetting en terugkeer. Handelingen die hieraan vooraf gaan zijn bijvoorbeeld vertrekgesprekken maar ook bezoeken -‘presentaties’ – bij de ambassade van het land van herkomst. Vooral dit laatste kan erg confronterend zijn voor de asielzoeker, hij is immers gevlucht uit het land van herkomst, vaak is er sprake van angst voor de autoriteiten. Deze presentaties vinden plaats voor het verkrijgen van een Laissez Passer. Dit is een nood reisdocument waarmee de asielzoeker terug kan keren naar het land van herkomst. Voordat ambassades deze documenten afgeven willen zij er zeker van zijn dat de asielzoeker een onderdaan is van het land dat de ambassade vertegenwoordigd. Deze presentaties worden georganiseerd zodat het ambassade personeel zelf kan kijken en onderzoeken of de asielzoeker daadwerkelijk de nationaliteit heeft van dat land.

Vorige week kreeg ik van een cliënt het bericht dat hij van zijn regievoerder van de DT&V (de ambtenaar die het dossier van cliënt toegewezen heeft gekregen en verantwoordelijk is voor het dossier en terugkeer van cliënt) te horen heeft gekregen dat er voor hem een afspraak is gemaakt met een medewerker van de ambassade van zijn land van herkomst. Deze cliënt, een jongvolwassenen, heeft psychische problemen waaronder een PTSS stoornis. Hij was heel angstig voor het gesprek met de ambassademedewerker. Opmerkelijk genoeg is deze cliënt niet uitgeprocedeerd. Zijn asielprocedure wordt momenteel onderzocht door de rechtbank. Er heeft nog geen zitting plaatsgevonden en er is ook nog geen uitspraak gedaan. Cliënt is dan ook niet uitgeprocedeerd. Een presentatie aan de ambassade medewerker leek mij dan ook helemaal nog niet aan de orde.

In juni van dit jaar heeft het Europese Hof van Justitie uitspraak gedaan in de zaak Gnandi tegen België. In deze uitspraak heeft het Hof bepaald dat als het asielverzoek wordt afgewezen, er ook meteen besloten kan worden dat deze persoon illegaal in het land verblijft en het land moet verlaten. Echter, als er beroep bij de rechtbank wordt ingesteld tegen deze beslissing dan moeten alle gevolgen van het asielverzoek en het besluit dat de asielzoeker het land moet verlaten, worden opgeschort tot na de uitspraak van de rechtbank.

Naar mijn mening vallen ook de presentaties bij de ambassade hieronder. In de uitspraak van de voorlopige voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem gaf de rechter mij op 13 september jl. gelijk en concludeerde dat de conclusie uit de Europese Gnandi uitspraak ook tot gevolg heeft dat er geen presentaties mogen plaatsvinden bij de ambassade zolang er door de rechtbank geen uitspraak is gedaan in de asielprocedure. De voorzieningenrechter heeft in mijn zaak de DT&V dan ook verboden om mijn cliënt te presenteren bij de ambassade van het land van herkomst zolang de rechter in de asielprocedure nog geen uitspraak heeft gedaan.

Voor specifieke vragen of advies kunt u via deze link contact opnemen, of mail naar .