Immigranten die al jarenlang in Nederland wonen voelen zich soms meer Nederlander dan burger van het land waar zij vandaan komen. Het is mogelijk om na een aantal jaar verblijf in Nederland en het voldoen aan een aantal voorwaarden te naturaliseren tot Nederlander.

De Nederlandse nationaliteit kan echter ook worden verkregen doordat een kind is geboren uit een Nederlandse vader of moeder en in sommige situaties is het ook mogelijk het Nederlanderschap te verkrijgen door middel van de optieprocedure. Deze procedure is echter in een beperkt aantal gevallen te doorlopen. De optieprocedure is eenvoudiger en sneller dan de naturalisatieprocedure.

Er zijn echter ook omstandigheden waardoor u de Nederlandse nationaliteit kunt verliezen, bijvoorbeeld onder omstandigheden bij het aannemen van een andere nationaliteit of bij een veroordeling voor een terroristisch misdrijf.

Hieronder een overzicht van veel gestelde vragen over het verkrijgen en verliezen van de Nederlandse nationaliteit. Staat uw vraag hier niet tussen of wilt u een op uw zaak toegespitst advies? Neemt u dan (vrijblijvend) contact op via deze link.

Wanneer mag ik bij het aannemen van een andere nationaliteit de Nederlandse nationaliteit behouden?

De wet noemt de volgende uitzonderingen waarbij de Nederlander die een andere naturalisatie aanneemt de Nederlandse nationaliteit niet hoeft op te geven:

    • Iemand die in het land van die andere nationaliteit is geboren en daar ten tijde van de verkrijging zijn hoofdverblijf heeft;
    • Iemand die voor het bereiken van de meerderjarige leeftijd gedurende een onafgebroken periode van tenminste vijf jaren in het land van die andere nationaliteit zijn hoofdverblijf heeft gehad; of
    • Iemand die gehuwd is met een persoon die die andere nationaliteit bezit.

Voor minderjarigen bestaan ook nog andere situaties waarin het Nederlanderschap behouden wordt.

Wanneer mag ik mijn eigen nationaliteit houden bij het naturaliseren tot Nederlander?

De handleiding Rijkswet Nederlanderschap stelt hierover:

Hoofdregel is dat een vreemdeling die verzoekt om naturalisatie afstand moet doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit. Dit is alleen anders indien het doen van afstand redelijkerwijs niet van hem kan worden verlangd. (…)

De meest voorkomende uitzonderingscategorieen zijn:

  • de verzoeker die door de naturalisatie tot Nederlander zijn oorspronkelijke nationaliteit automatisch verliest;
  • de verzoeker die onderdaan is van een staat die niet toestaat dat afstand van die nationaliteit wordt gedaan;
  • de verzoeker die voor het doen van afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit een zodanig hoog bedrag moet betalen dat hij een substantieel financieel nadeel zal lijden;
  • de verzoeker die door het doen van afstand vermogensrechtelijke rechten zal verliezen, waardoor hij een substantieel financieel nadeel zal lijden;
  • de verzoeker die is gehuwd met een Nederlander;
  • de verzoeker de in Nederland is erkend als vluchteling
Waaruit bestaat het inburgeringsexamen?

Het inburgeringsexamen bestaat uit een deel schriftelijke en mondelinge vaardigheden, een deel kennis van de Nederlandse samenleving en een deel participatieverklaring traject.

Zijn er vrijstellingen voor het behalen van het inburgeringsexamen?

Die mogelijkheden zijn er in een aantal gevallen. Er zijn vrijstellingen en ontheffingen. Voor meer informatie zie de brochure van de IND, deze treft u hier aan. (https://ind.nl/Formulieren/3006.pdf)

Wanneer kun je naturaliseren tot Nederlander?

Het Nederlanderschap via naturalisatie wordt in beginsel verleend aan de verzoeker die:

  • Meerderjarig is;
  • Het inburgeringsexamen heeft behaald;
  • Die minstens vijf jaren in het bezit is van een verblijfsvergunning (tenzij gehuwd  en samenwonend met een Nederlander dan geldt een termijn van drie jaren);
  • Er is geen gevaar voor openbare orde of veiligheid;
  • Die een verklaring van verbondenheid wil afleggen
In welke situaties is de optieprocedure van toepassing?

Volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap (artikel 6 lid 1) komen de volgende mensen in aanmerking voor de optieprocedure:
Na het afleggen van een daartoe strekkende schriftelijke verklaring verkrijgt door een bevestiging als bedoeld in het derde lid het Nederlanderschap:

a. de toegelaten meerderjarige vreemdeling die in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is geboren en aldaar sedert zijn geboorte hoofdverblijf heeft;

b. de vreemdeling die in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is geboren, aldaar gedurende een onafgebroken periode van tenminste drie jaren toelating en hoofdverblijf heeft en sedert zijn geboorte staatloos is;

c. de minderjarige vreemdeling die door een Nederlander is erkend en die niet op grond van de artikelen 3 of 4 Nederlander is of is geworden, indien hij onmiddellijk voorafgaand aan de verklaring gedurende een onafgebroken periode van ten minste drie jaren verzorging en opvoeding heeft genoten van de Nederlander door wie hij is erkend;

d. de minderjarige vreemdeling die krachtens Nederlandse rechterlijke beslissing of bij zijn geboorte van rechtwege onder het gezamenlijk gezag is komen te staan van een niet-Nederlandse vader of moeder en een ander die Nederlander is, indien hij na het instellen van dat gezag gedurende een onafgebroken periode van tenminste drie jaren verzorging en opvoeding heeft genoten van deze Nederlander, en hij zijn hoofdverblijf niet heeft in het land waarvan hij onderdaan is. Op de minderjarige die ten tijde van het afleggen van de verklaring de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, is het vierde lid van dit artikel niet van toepassing;

e. de meerderjarige vreemdeling die sedert het bereiken van de leeftijd van vier jaar toelating en hoofdverblijf heeft in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

f. de meerderjarige vreemdeling die te eniger tijd het Nederlanderschap of de staat van Nederlands onderdaan-niet-Nederlander heeft bezeten en in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba tenminste één jaar toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf heeft tenzij hij het Nederlanderschap heeft verloren op grond van artikel 15, eerste lid, onder d of e;

g. de vreemdeling die gedurende tenminste drie jaren de echtgenoot is van een Nederlander en gedurende een onafgebroken periode van tenminste vijftien jaren toelating en hoofdverblijf heeft in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

h. de vreemdeling die de leeftijd van vijf en zestig jaar heeft bereikt en gedurende een onafgebroken periode van tenminste vijftien jaren toelating en hoofdverblijf heeft in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

i. de vreemdeling die vóór 1 januari 1985 is geboren uit een moeder die ten tijde van zijn geboorte Nederlander was, terwijl de vader ten tijde van die geboorte niet-Nederlander was;

j. het vóór 1 januari 1985 in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bij rechterlijke uitspraak geadopteerde niet-Nederlandse kind van een vrouw die op de dag dat de uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen Nederlander was, indien het kind op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig was;

k. de vreemdeling die is geboren als kind van één van de in de onderdelen i of j bedoelde personen die het Nederlanderschap heeft verkregen dan wel voor die verkrijging is overleden;

l. de vreemdeling die voor de leeftijd van zeven jaar is erkend door één van de in de onderdelen i of j bedoelde personen die het Nederlanderschap heeft verkregen dan wel voor die verkrijging is overleden;

m. de vreemdeling die door één van de in de onderdelen i of j bedoelde personen die het Nederlanderschap heeft verkregen dan wel voor die verkrijging is overleden, tijdens zijn minderjarigheid is erkend, terwijl hij aangetoond heeft dat die persoon de biologische vader is;

n. de vreemdeling die door een gerechtelijke vaststelling van het ouderschap kind is van één van de in de onderdelen i of j bedoelde personen die het Nederlanderschap heeft verkregen dan wel voor die verkrijging is overleden, indien hij op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig was;

o. het in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bij rechterlijke uitspraak geadopteerde kind van één van de in de onderdelen i of j bedoelde personen die het Nederlanderschap heeft verkregen dan wel voor die verkrijging is overleden, indien hij op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig was.

Wanneer trekt de overheid de Nederlandse nationaliteit in?

De voornaamste redenen voor intrekken of verliezen van de Nederlandse nationaliteit zijn:

  • Het Nederlanderschap is verkregen op het verzwijgen van informatie, of valse verklaringen of bedrog;
  • Veroordelingen voor bepaalde misdrijven;
  • Indien de persoon aangesloten is bij bepaalde organisaties die deelnemen aan gewapende conflicten;
  • Indien er een verklaring van afstand is gedaan;
  • Als er vrijwillig een andere nationaliteit is aangenomen (hierop bestaan uitzonderingen).